Ria Convents over de moeilijke samenwerking tussen homo’s en lesbiennes

Ria Convents over de moeilijke samenwerking tussen homo’s en lesbiennes

Mieke Biermans over de Vrouwenhuizen

Mieke Biermans over de Vrouwenhuizen

Mips Meyntjens over de terughoudendheid tegenover lesbiennes in de vrouwenbeweging

Mips Meyntjens over de terughoudendheid tegenover lesbiennes in de vrouwenbeweging

De verhouding tussen homo’s en lesbiennes leidde in de gemengde beweging tot spanningen

De verhouding tussen homo’s en lesbiennes leidde in de gemengde beweging tot spanningen

De verhouding tussen homo’s en lesbiennes leidde in de gemengde beweging tot spanningen

De verhouding tussen homo’s en lesbiennes leidde in de gemengde beweging tot spanningen

Mieke Biermans over de verhouding tot heterovrouwen en homomannen

Mieke Biermans over de verhouding tot heterovrouwen en homomannen

Britt Ballings over Chatterbox

Britt Ballings over Chatterbox

Britt Ballings over het belang van een open organisatie

Britt Ballings over het belang van een open organisatie

Ria Convents over het belang van een eigen lesbiennewerking om elkaar te versterken

Ria Convents over het belang van een eigen lesbiennewerking om elkaar te versterken

Fernand Vanoutryve over de aansluiting van vrouwengroepen bij de beweging.

Fernand Vanoutryve over de aansluiting van vrouwengroepen bij de beweging.

Ann David en Marleen De Smet over de lesbiennedagen.

Ann David en Marleen De Smet over de lesbiennedagen.

An Lescrauwaet vertelt over de L-day die de lesbiennedagen opvolgde.

An Lescrauwaet vertelt over de L-day die de lesbiennedagen opvolgde.

Vrouwen in de holebibeweging

Pas op het einde van de jaren 70 werden de lesbiennes “zichtbaar” binnen de homobeweging. Het woord lesbienne werd voor die tijd nauwelijks gebruikt, wat verklaarbaar is omdat lesbiennes tot die tijd feitelijk onzichtbaar waren.  Als men het al over vrouwen had dan was het meestal over homovrouwen of homofiele vrouwen. Of men gebruikte scheldwoorden.

Gedurende de eerste decennia van de homobeweging speelden vrouwen geen bepalende rol. Dat was in de rest van de samenleving ook het geval en de homobeweging onderscheidde zich daarin niet. Hoewel lesbiennes deel uitmaakten van de beweging, waren ze met minder en traden ze zelden op de voorgrond, met uitzondering natuurlijk van Suzan Daniel, die de eerste vereniging voor homo’s en lesbiennes in België oprichtte in 1953. De BVSR (1965 – 1970) heeft enige tijd een vrouwenafdeling gehad, maar daar is weinig van bekend in de overlevering.

In het begin van de jaren ‘70 begon in België de tweede feministische golf. Hoewel deze feministen veel doelen hadden, had  homoseksualiteit  voor hen geen prioriteit. Zonder dat het benoemd werd, werd de feministische strijd vooral gevoerd vanuit een heteroseksueel perspectief. Toch heeft voor veel lesbiennes de vrouwenbeweging een belangrijke rol gespeeld. Lesbiennes en heterovrouwen deelden hun achterstelling in een mannenmaatschappij. En in de vrouwenbeweging was men onder vrouwen.

In de jaren zeventig waren lesbiennes vaak de spil van de vrouwengroepen en Vrouwenhuizen die in heel Vlaanderen opgericht werden, maar als zodanig bleven ze eerder op de achtergrond. De heterofeministen waren vaak alert voor de lesbiennes binnen de vrouwenbeweging, omdat zij de beweging een slechte naam zouden bezorgen. De maatschappij was al niet zo blij met de feministen; als die dan ook nog lesbisch zouden blijken te zijn… Lesbiennes kaartten dat gebrek aan openheid en solidariteit regelmatig aan zoals het Lesbies Doe Front op de Vrouwendag in 1985.

Bron RosadocBron RosadocBron RosadocBron RosadocBron RosadocBron Rosadoc

Bron RosadocKortom, veel lesbiennes zochten en vonden elkaar in de feministische beweging, maar pas halverwege de jaren zeventig zouden zij zich ook als lesbiennes manifesteren. Ongeveer in diezelfde periode kregen zij ook meer voet aan de grond binnen de homobeweging. Een aantal gemengde organisaties begon met aparte vrouwenavonden. In het GOC bijvoorbeeld was één avond per maand gereserveerd voor vrouwen.

Bron FSDHet was voor de vrouwen lastig kiezen tussen de feministische vrouwenbeweging en de gemengde homobeweging. Het is dan niet verwonderlijk dat er in de steden autonome lesbische groepen werden opgericht. Net als bij de mannen- en de gemengde groepen was het doel meestal om een veilige ontmoetingsplaats te bieden en activiteiten als fuiven en uitstappen te organiseren.

De eerste groep die werd opgericht in Gent in 1974 was Sappho. Later volgden Gentse groepen als Liever Heks en Çatal Hüyük. Deze groepen stelden zich radicaal-feministisch op: lesbisch zijn was voor hen ook een politieke keuze, een manier om de dominantie van heteroseksualiteit en de bijhorende ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in vraag te stellen.

In Antwerpen werd in 1978 Atthis opgericht, dat tot op vandaag een belangrijke lesbische groep vormt in de holebi- en transgenderbeweging. Een ander Antwerps initiatief was de Chatterbox, dat een open ontmoetingsplaats wilde creëren waar lesbiennes ook hun familie en vrienden mee naar toe konden nemen.

Bron FSDIn de jaren ’80 wordt voor de eerste keer een lesbiennedag georganiseerd. Nadat in 1980 de homo- en lesbiennedag van start was gegaan, organiseerden de lesbiennes een eigen lesbiennedag in 1983. Deze jaarlijkse traditie zou in 1986 naar Gent verhuizen met het Lesbies Doe Front als hoofdorganisator. Opmerkelijk zijn ook de vormingsactiviteiten voor lesbiennes die Vorming tot Bevrijding (later Impuls) in 1985 zou opstarten.

 

 

LesbiennedagNadat in 1980 de homo- en lesbiennedag van start was gegaan, organiseerden de lesbiennes een eigen lesbiennedag in 1983. Deze jaarlijkse traditie zou in 1986 naar Gent verhuizen met het Lesbies Doe Front als hoofdorganisator. Opmerkelijk zijn ook de vormingsactiviteiten voor lesbiennes die Vorming tot Bevrijding (later Impuls) in 1985 zou opstarten.Deze lesbiennedagen, later L-day genoemd, werden in oorsprong georganiseerd vanuit een gebrek aan ruimte voor lesbiennes. Er werden wel vrouwendagen georganiseerd, maar daar werd geen aandacht besteed aan lesbische vrouwen. 

In de jaren tachtig bleven binnen het FWH de spanningen ten gevolge van de machtsverdeling tussen mannen en vrouwen de samenwerking parten spelen. Daarenboven waren de lesbiennes niet geconcentreerd in één beweging: verschillende lesbiennes zetten zich in in de vrouwenhuizen en anderen sloten zich aan bij feministische groepen. Nochtans heersten in deze groepen ook vaak spanningen tussen lesbiennes en feministen: uit schrik om hun politieke sérieux te verliezen wanneer ze te erg met lesbiennes geassocieerd zouden worden, waren de feministes niet altijd even enthousiast over het lidmaatschap van hun lesbische lotgenoten. De lesbiennevereniging was in het begin dus vooral een versnipperde beweging met her en der verschillende, kleine groepjes vrouwen die opkwamen voor de rechten van de lesbienne. In het begin van de jaren tachtig hield de oudste lesbiennevereniging, het Gentse Sappho, op met bestaan.

In de jaren negentig kende de holebibeweging een boom. Dat gold zowel voor het aantal homo- en lesbienneverenigingen als voor de maatschappelijke positie van de holebi’s. Er kwam meer eenheid in de homo-en lesbienneverenigingen en in kleinere dorpen en steden begonnen lesbiennes en homo’s zich eveneens te groeperen. Met het oprichten van radioprogramma’s, eigen teletekstpagina’s, een telefonische infolijn (de Holebifoon), een homo/lesbisch archief (Fonds Suzan Daniel) en gespecialiseerde boekhandels werden holebi’s zichtbaarder dan ooit. Die zichtbaarheid deed zich echter vooral voor op het niveau van de organisaties; lesbisch (en homo/bi) zijn was op individueel niveau nog steeds geen evidentie om voor uit te komen. 

LesbodagOok vanuit de media kwam er meer en meer aandacht voor holebiseksualiteit. Toen Majo Van Ryckeghem haar boek ‘Thuiskomen’ publiceerde, werd ze uitgenodigd voor een praatprogramma van de VRT, toen nog BRTN. Hoewel deze media-aandacht meer uitzondering dan regel was, droeg ze toch voelbaar bij aan de zichtbaarheid en bespreekbaarheid van holebiseksualiteit in de maatschappij. De jaren negentig was ook het moment waarop zangeres Yasmine en VRT-omroepster Alexandra Potvin zich als één van de eerste bekende lesbiennes outten als lesbisch koppel.  



LdayAl deze schijnbaar kleine gebeurtenissen zorgden ervoor dat er meer bewustzijn kwam rond het leven als homo, lesbienne of biseksueel. Vanaf 2000 kondigden zich dan ook de grote juridische en wetgevende verwezenlijkingen aan, zoals de antidiscriminatiewet en de openstelling van het huwelijk. Ze reflecteren een maatschappij waarin holebiseksualiteit meer en meer aanvaard wordt, alvast op het niveau van politiek en wetgeving. Een belangrijke verwezenlijking na 2010 is de nieuwe wet op het meemoederschap, dat bepaalt dat sinds 1 januari 2015 de LesBische meemoeder het kind niet langer hoeft te adopteren om er een juridische band mee te hebben. Ook in deze periode ontstonden nog nieuwe lesbische verenigingen. In Gent was er het Wilde Wijvenbad, een feministisch-lesbische vereniging waar later organisaties zoals Famba (lesbisch-feministische percussiegroep) en DASQ (Dames, seuten en queeren) zouden ontstaan. Maar ook de gevestigde waarden zoals Atthis in Antwerpen en Labyrint in Leuven bleven een ontmoetingspunt en tweede thuisadres voor lesbische vrouwen. De activiteiten van deze verenigingen draaiden hoofdzakelijk rond cultuur, literatuur, wandelingen en baravonden. Hoewel de L-day in 2013 ophield te bestaan gaan in Brussel en Antwerpen wel nog steeds het L-Festival en de L-week door.

 In 2015 maken lesbiennes meer dan ooit helemaal deel uit van de holebi- en transgenderbeweging. Waar de samenwerking tussen mannen en vrouwen eerder in de geschiedenis heel wat problemen gaf, is er vandaag, mede door de invloed van de jongerenbeweging, een veel sterkere samenwerking. De rol van de vrouwen in de beweging werd eind 2014 mooi geïllustreerd door een unicum: voor het eerst in de geschiedenis van de beweging hadden alle Roze Huizen in Vlaanderen een vrouwelijke voorzitter .